Heb je de inleiding over wat pijn is nog niet gelezen, dan raden we je aan dat eerst te doen voordat je verder leest.
Iedereen heeft weleens pijn gevoeld. Val je en stoot je je knie, dan krijg je misschien een wond, en het begint pijn te doen. Na een paar dagen neemt de pijn langzaam af, en na een tijdje is hij helemaal weg.
Er is een goede reden dat het in deze situatie pijn doet, en de pijn is zinvol in de zin dat hij je vertelt dat je voorzichtig moet zijn met je knie tot die weer genezen is. Deze pijn kennen we als acute pijn.
Maar wat als de pijn om de een of andere reden niet weggaat? In sommige situaties wordt hij erger, misschien begint het pijn te doen als je loopt of je been op een bepaalde manier gebruikt. Misschien begint het ook in rust pijn te doen, of word je 's nachts wakker van de pijn. Ineens heb je al een jaar pijn, en het is gewoon niet beter geworden.
Dit heet chronische pijn, en dat is vaak een heel complexe toestand zonder duidelijk oorzakelijk verband.
De pijn kan zijn ontstaan bij een ongeluk, waarbij je schade in het weefsel kunt zien, of door overbelasting bij je sport of je werk. In die situaties is er een goed oorzakelijk verband tussen de schade en de pijn. Maar als de pijn lang aanhoudt nadat de schade genezen is, is er geen goed oorzakelijk verband meer. Je zou dus geen pijn meer moeten hebben, nu het weefsel genezen is.
Bij chronische pijn is er geen sterk oorzakelijk verband tussen de pijn en de toestand van het weefsel.
De pijn is niet meer logisch
Beland je in zo'n chronische situatie, dan zoek je vaak hulp bij een huisarts, fysiotherapeut of chiropractor. Of misschien bij een alternatieve behandelaar, als de gewone behandelingen niet hebben gewerkt.
Zoals genoemd in de inleiding over pijn, is het biomedische pijnmodel nog steeds heel populair onder behandelaars, en daarom hoor je vaak dat chronische pijn komt door versleten gewrichten, instabiliteit, geblokkeerde gewrichten, een scheve rug of een scheef bekken, verkeerd staan of zitten, hernia's, schade aan spieren of pezen, en veel andere biomedische verklaringen.
Ook al zijn die verklaringen heel populair en klinken ze logisch, de wetenschap heeft keer op keer laten zien dat de biomedische verklaringen niet goed zijn en weinig te zeggen hebben over chronische en langdurige pijn. Pijn wordt door veel verschillende factoren bepaald, en er is nooit maar één oorzaak voor waarom je pijn hebt.
Een wetenschappelijke verklaring voor chronische pijn
Maar wat is dan de reden dat de pijn aanhoudt? Om daar een goed antwoord op te kunnen geven, moet je begrijpen hoe pijn eigenlijk in het lichaam wordt gemaakt.
Zoals in eerdere artikelen beschreven, werkt het zenuwstelsel onder meer als een alarmsysteem dat moet reageren op mogelijk gevaarlijke signalen in het lichaam. Dat alarmsysteem staat altijd aan en reageert door elektrische impulsen via de zenuwen naar de hersenen te sturen. Die impulsen bevatten informatie over wat er overal in het lichaam gebeurt.
Bezeer je je en ontstaat er schade in het weefsel, dan reageert het alarmsysteem en stuurt het signalen naar de hersenen. Die signalen heten nociceptie. Het is geen pijnsignaal, maar eerder informatie over de toestand van het betreffende gebied. Op basis van die informatie is het de taak van de hersenen om te beoordelen of de schade groot genoeg is om pijn te doen. Zien de hersenen de schade niet als gevaarlijk, dan doet het ook geen pijn.
Hetzelfde principe geldt als je het weefsel belast, bijvoorbeeld bij hardlopen, krachttraining of lang in dezelfde houding zitten. Het weefsel belasten is niet gevaarlijk, en in de meeste gevallen is het gezond. Maar belast je het weefsel te veel, dus loop of train je meer dan je lichaam gewend is, dan vertelt het alarmsysteem de hersenen ook over dat mogelijk schadelijke gedrag.
Dit is natuurlijk een oversimplificatie van de processen zelf, maar het geeft toch een goede verklaring van hoe het zenuwstelsel en de hersenen op verschillende input reageren.
Een gevoelig zenuwstelsel
Laten we wat dieper ingaan op de processen in het zenuwstelsel.
De activiteit van het alarmsysteem stijgt dus als het veranderingen in het weefsel opvangt. Die activiteit kan via verschillende mechanismen nog verder stijgen. Is het weefsel beschadigd, dan ontstaat er een ontsteking, en die verhoogt de activiteit van het alarmsysteem. Die verhoogde gevoeligheid heet in de pijnwetenschap perifere sensitisatie en leidt tot hyperalgesie (een pijnlijke prikkel wordt sterker ervaren dan normaal) (1).
Het zorgt dus voor overgevoeligheid of sensitisatie in het getroffen gebied zelf. Als de hersenen normaal een bericht van het alarmsysteem krijgen, kunnen ze ervoor kiezen de signalen te remmen, om niet met te veel signalen bestookt te worden. Die remming van de zintuiglijke signalen treedt eigenlijk altijd op als het alarmsysteem actief is. Maar worden de hersenen steeds opnieuw bestookt met signalen van het alarmsysteem, dan wordt de remming minder, en worden er dus meer gevaarsignalen naar de hersenen doorgelaten. Dit heet centrale sensitisatie (2).
Heb je weleens je knie opengehaald en gemerkt dat het ook pijn doet als je rond de wond aanraakt, waar op het eerste gezicht geen schade is? Of dat het ook pijn doet als je de wond met water schoonspoelt? Dat komt door de centrale sensitisatie, omdat de remming van de signalen van het alarmsysteem uit en rond het beschadigde gebied verminderd is.
Deze overgevoeligheid van het zenuwstelsel is natuurlijk een goede zaak als je een blessure oploopt, omdat de pijn aanspoort tot beschermend gedrag, zodat het weefsel tijd krijgt om te genezen.
Als de pijn aanhoudt
Als de schade genezen is en beschermend gedrag niet meer nodig is, zou de gevoeligheid van het zenuwstelsel ook weer normaal moeten worden. De schade is er niet meer, dus zou het ook geen pijn meer moeten doen.
Maar bij sommige mensen wordt die verhoogde gevoeligheid niet zomaar weer normaal, ook al is de schade weg. Dat zie je bij mensen met chronische pijn.
In die gevallen komt de pijn niet meer door schade in het weefsel, maar eerder door de verhoogde gevoeligheid van het zenuwstelsel voor prikkels. De hersenen proberen het gebied te beschermen, zonder dat het bescherming nodig heeft.
Maar waarom neemt die sensitisatie niet weer af? De wetenschap is helaas nog niet zo ver dat er een definitief antwoord kan worden gegeven, maar we weten dat meerdere factoren die sensitisatie beïnvloeden.
Hoe je de pijn ervaart. Denk je dat je je toestand verergert elke keer dat je je pijn voelt, of dat je onderrug bijvoorbeeld kwetsbaar is en geen enkele vorm van belasting of beweging aankan, dan heeft die negatieve kijk een duidelijke invloed op hoe je pijn ervaart.
Angst en catastroferen. Ben je bang voor de pijn en loop je rond met de gedachte dat je nooit meer pijnvrij wordt? Heb je tegelijk stress of een depressie, of slaap je 's nachts slecht? Al die factoren beïnvloeden de pijn in negatieve richting.
Sociale context. Kun je naar je werk gaan, ook al heb je pijn, of wordt het steeds moeilijker om ermee om te gaan? Erkennen je familie of vrienden je pijn, of heb je geen mogelijkheid om open te zijn over je toestand?
De fysiologische aspecten, zoals de gevoeligheid van het zenuwstelsel, zijn niet de enige die de pijnervaring beïnvloeden. Ook psychologische en sociale aspecten blijken invloed te hebben.
Wat doe je dan?
Hoe zet je dat overgevoelige alarmsysteem dan zachter? Helaas bestaat er niet één effectieve behandeling of methode om chronische pijn te behandelen. Heb je een therapeut gevonden die vindt dat je chronische pijn door één specifieke oorzaak komt, overweeg dan serieus of die therapeut echt bekwaam genoeg is om je te behandelen.